Helpen bij het baden

Leg schone kleren klaar en doe vuile kleding in de wasmand. Laat degene die u helpt zoveel mogelijk zelf gaan staan, zitten en lopen. Geef steun waarnodig. Laat de zorgvrager met steun van de greep in bad draaien. U kunt als helpende een schort aantrekken om droog te blijven. 

Voel altijd eerst de temperatuur van het water. Het is het meest logisch om van boven naar beneden te werken bij het wassen. Dus te beginnen met de haren. Maar vraag toch altijd even naar de gewoontes van de zorgvrager. Zeker bij verwarde of dementerende mensen is het vaak beter om de vaste gewoontes aan te houden.

Laat de zorgvrager altijd naar vermogen meewerken. Dat bevordert de zelfredzaamheid.

In bad gaan is een intieme handeling, probeer de sfeer ontspannen te houden door contact te maken. Let er goed op dat eventuele huidplooien goed gewassen worden en controleer meteen of er rode plekken zijn.

Let goed op uw eigen houding. Werk met een rechte rug. En zet liever een stapje extra dan dat u in een gedraaide houding staat. In spreidstand of loopstand, staat u stabiel. Door de knieën zakken of hurken is beter dan bukken. En gebruik armen om te steunen en af te zetten. Bij mannen moet ook goed onder de voorhuid gewassen worden. Let er bij vrouwen op dat van voren naar achteren gewassen wordt, zodat er geen bacteriën uit de darmen in de urinewegen komen.

Zorg ervoor dat u goed naspoelt. Laat de zorgvrager de benen over de rand van het bad draaien. Bij voorkeur met steun van een greep. Laat zoveel als mogelijk zelf afdrogen en probeer niet teveel handelingen over te nemen.

Let bij het afdrogen goed op de plooien in de huid. Als deze vochtig blijven kan de huid gaan smetten. Neem ook meteen de tijd om te controleren op kwetsbare of rode plekken en smeer deze in.

Maak de vloer droog als u klaar bent. Zo voorkomt u uitglijden als de zorgvrager later op de dag de badkamer ingaat.